Songteksten Vertalen

Zoek vertaling

Artiest: bathory Songtekst: a-black-moon-broods-over-leumria

Je bekijkt nu de songtekst en vertaling: b ? Hieronder vindt je de songtekst met vertaling naast elkaar weergegeven! Benieuwd naar het liedje en de betekenis van a-black-moon-broods-over-leumria? Bekijk de Nederlandse vertaling. Op onze website vindt je veel meer songteksten met vertalingen van bathory! Bekijk ons archief en de andere songteksten, klik bijvoorbeeld op de letter b van bathory en zie welke nummers wij nog meer van a in ons archief hebben staan zoals a-black-moon-broods-over-leumria .

Origineel

Dark baleful shades astride the mystic heath, Old land's enchantments, wolf-eyes agleam, The moon slips 'neath the darkening sea, The trees sing enthralling chants as the old gods dream... As a black moon broods over lemuria, Ebon witchfire enshrouds the gleaming citadels, Sinistrous shadows rise from the vaults of the dreaming elder gods, Ophidian eyes glimmer through the icy whispering moon-mist... Shimmers of black in the massing dark, Moon-frost glistens upon my tongue, The wraiths have gathered beneath the oak, My soul encased in antediluvian steel, The shades of pallid night descend, To the ride the slime-flecked jewelled halls, Enshrined in ice and witches' spells, And silence falls on the marble walls. By the eldritch glow of black moonfire, The forst-shrouded trees whisper of silent paths, Brooding shades rise forth from the night-dark sea, A black tide of fiends erupts from the ebon gate. Shimmers of black in the massing dark, Moon-frost glistens upon my tongue, The wraiths have gathered beneath the oak, My soul encased in antediluvian steel, The shades of pallid night descend, To ride the slime-flecked jewelled halls, Enshrined in ice and witches' spells, And silence falls on the marble walls. Winter moonlight gleams through crooked boughs, The icy caress of night entwines the eon-veiled obsidian tower, The whisperings of ancient tongues are borne upon the winds, Dark time-lost spells hold the key to the frost veiled gate of the black moon... And in the dark ethereal mists of winter dreams, The ebon waters of enlightment gleam 'neath the black moon, And the valley of the silent paths beckons... Slumbering upon the throne of moon-caressed ice, I have supped deep the draught of white vapours, Shimmering upon the gleaming garlanded marble, A single strand of glimmering gossamer... Beneath the vaults of shadow-haunted tombs, I see the fire that burns like the black heart of night. In brooding and sombre visions I hear cries, Enthralling cries 'neath the frost moon rising I hear the slithering of forces that seethe serpentine in black guffs, In the dark and silent places... The whisperer in crystal speaks in dreams, Of silken shadows, and the softest breath of dark enchantment. Of ancient cyclopean temples, raising jewelled spires to the stars. The is witchcraft in the moon, And brooding silence reigns over the woods. My storm-forged sword (stained with the blood of a thousand slain foes), Ensorcelled by eon-veiled incantations. Dark wizzards' spells entwine me in ravening shackles, And black roses draw my blood with thorns as sharp as serpent's tooth... I fall into the rapturous embrace of sloe-eyed witches, The moon gleaming upon their ivory bosoms, And descend into the still, icy waters of the lakes. Beyond the veil of north-winds, I await the emissaries of the tyrant, The wind whispering across the everlasting snows... My slumber is as light as a wolf's. Serpents coil entempled ramparts Of sunken jewelled cities, Wolves of winter's moon are roaming The temples of the heather gods. Great worm whose tail rests in it's mouth, The circle-without-end burns bright, Brood o'er the far night's distant vale, And shifting heather hills wandering light. Like snow that falls on the sea, Like smoke that rides upon the breeze, Like hoarfrost that melts before the sun, Now silence broods over lemuria... Shimmers of black in the massing dark, Moon-frost glistens upon my tongue, The wraiths have gathered beneath the oak, My soul encased in antediluvian steel, The shades of pallid night descend, To ride the slime-flecked jewelled halls, Enshrined in ice and witches' spells, And silence falls on the marble walls. 'r'acan ahalgana chamiabac ahalmez ahatocob tocapa chiamiaholom ahchami.' As a black moon broods over lemuria.

 

Vertaling

Donkere onheilspellende tinten schrijlings op de mystieke heide, De betoveringen van het oude land, de wolfogen glanzen, De maan glijdt onder de donkere zee, De bomen zingen boeiende gezangen terwijl de oude goden dromen ... Als een zwarte maan over Lemuria broedt, Ebon heksenvuur omhult de glimmende citadellen, Sinistere schaduwen komen op uit de gewelven van de dromende oudere goden, Ophidian-ogen glinsteren door de ijzige fluisterende maanmist ... Vonken van zwart in het masserende donker, Maanvorst glinstert op mijn tong, De wraiths hebben zich onder de eik verzameld, Mijn ziel omhuld door voordiluviaans staal, De schaduwen van bleke nacht dalen neer, Op de rit door de met slijm bevlekte juwelenhallen, Verankerd in ijs en toverspreuken, En stilte valt op de marmeren muren. Bij de eldritch-gloed van zwart maanvuur, De door bomen gehulde bomen fluisteren over stille paden, Broedende tinten komen tevoorschijn uit de nachtdonkere zee, Een zwarte vloed van duivels barst uit de ebon-poort. Vonken van zwart in het masserende donker, Maanvorst glinstert op mijn tong, De wraiths hebben zich onder de eik verzameld, Mijn ziel omhuld door voordiluviaans staal, De schaduwen van bleke nacht dalen neer, Om de met slijm bevlekte juwelenhallen te berijden, Verankerd in ijs en toverspreuken, En stilte valt op de marmeren muren. Wintermaanlicht schijnt door kromme takken, De ijzige liefkozing van de nacht omhult de aion-versluierde obsidiaan toren, Het gefluister van oude tongen wordt gedragen door de wind, Donkere, tijdloze spreuken bevatten de sleutel tot de met vorst versluierde poort van de zwarte maan ... En in de donkere etherische nevels van winterdromen, De ebon wateren van verlichting glanzen 'onder de zwarte maan, En de vallei van de stille paden lonkt ... Sluimerend op de troon van door de maan gestreeld ijs, Ik heb de tocht van witte dampen diep opgezogen, Glinsterend op het glanzende, gekartelde marmer, Een enkele glimmende ragfijne draad ... Onder de gewelven van graftombes met schaduw, Ik zie het vuur dat brandt als het zwarte hart van de nacht. In broeierige en sombere visioenen hoor ik kreten, Boeiende kreten onder de opkomende vorstmaan Ik hoor de glijdende krachten die de kronkelweg in zwarte snuifjes zien, In de donkere en stille plaatsen ... De fluisteraar in kristal spreekt in dromen, Van zijdeachtige schaduwen en de zachtste adem van donkere betovering. Van oude cyclopische tempels, die torens met juwelen naar de sterren verheffen. Het is hekserij in de maan, En broeierige stilte heerst over het bos. Mijn door de storm gesmeed zwaard (bevlekt met het bloed van duizend verslagen vijanden), Betoverd door langgerekte bezweringen. De toverspreuken van donkere tovenaars verstrengelen me in meeslepende ketenen, En zwarte rozen trekken mijn bloed met doornen zo scherp als de tand van een slang ... Ik val in de meeslepende omhelzing van sleedoornige heksen, De maan glinstert op hun ivoren boezem, En daal af in het stille, ijskoude water van de meren. Voorbij de sluier van noordenwind wacht ik op de afgezanten van de tiran, De wind fluistert over de eeuwige sneeuw ... Mijn slaap is zo licht als die van een wolf. Slangen wikkelen zich verankerde wallen Van verzonken steden met juwelen, Wolven van de wintermaan zwerven rond De tempels van de heidegoden. Grote worm wiens staart in zijn mond rust, De cirkel zonder einde brandt helder, Brood over de verre vallei van de verre nacht, En veranderende heideheuvels dwalend licht. Als sneeuw die op zee valt, Als rook die op de wind rijdt, Als rijp die smelt voor de zon, Nu broeit stilte over lemuria ... Vonken van zwart in het masserende donker, Maanvorst glinstert op mijn tong, De wraiths hebben zich onder de eik verzameld, Mijn ziel omhuld door voordiluviaans staal, De schaduwen van bleke nacht dalen neer, Om de met slijm bevlekte juwelenhallen te berijden, Verankerd in ijs en toverspreuken, En stilte valt op de marmeren muren. 'r'acan ahalgana chamiabac ahalmez ahatocob tocapa chiamiaholom ahchami.' Als een zwarte maan broeit over Lemuria.